Tik op een vakje of een omschrijving en typ; tik nog eens op het vakje om te wisselen tussen horizontaal en verticaal.
| 1 | 2 | ||||||||||
| 3 | |||||||||||
| 4 | |||||||||||
| 5 | |||||||||||
| 6 | 7 | 8 | |||||||||
| 9 | |||||||||||
| 10 | |||||||||||
| 11 | |||||||||||
| 12 | |||||||||||
Horizontaal
- Plant waaronder je elkaar een kus geeft (7)
- Kraampjes met lichtjes en warme lekkernijen, bijvoorbeeld in Valkenburg (10)
- Brood met krenten en rozijnen en een rol amandelspijs in het midden (9)
- Sinterklaas houdt hem in zijn hand, met een krul bovenaan (4)
- Kerstdiner waarbij iedereen aan tafel zelf kleine stukjes bakt (10)
Verticaal
- Zoetigheid van amandel en suiker, vaak in de vorm van fruit (9)
- Rijmpje dat bij een cadeau voor 5 december hoort (7)
- Struik met stekelige bladeren en rode bessen (5)
- Koekje met een gat erin, aan een lintje in de boom gehangen (7)
- Zelfgemaakt cadeau in een grappige vorm, met een rijmpje erbij (8)
- Chocolade___: de eerste van je naam, cadeau op 5 december (6)
- Gefrituurde deegbal met poedersuiker, gegeten op oudejaarsavond (7)
- ___avond: de avond van 5 december, met cadeaus en rijmpjes (6)
- Dikke erwtensoep, lekker na het schaatsen (5)